ERVARINGEN VAN GEBRUIKERS:
“Zoals ik zojuist heb ingesproken op je antwoordapparaat:ons kindje is gedraaid! Hopelijk blijft het nu "stilliggen" ”
Meer Ervaringen

Vaginale stuitbevalling of keizersnede?
Niet zo’n eenvoudige keuze.

Interview met Anneke Kwee, gynaecoloog in het UMC Utrecht 
(door Jan Joost Kolsteeg)
 

Zwangere vrouwen die de laatste weken van de zwangerschap een kindje dragen in stuitligging, staan voor een keuze tussen een vaginale stuitbevalling of een keizersnede.

Anneke Kwee, gynaecologe in het UMC heeft onderzoek gedaan naar de keizersnede in Nederland. Ik heb haar geïnterviewd om de voor- en nadelen van beide mogelijkheden helder te krijgen. Ik hoop u op deze manier te kunnen helpen een weloverwogen keuze te maken.
 
Rond de 37ste week wordt een poging gedaan om het kindje uitwendig te draaien. Stel dat is mislukt, hoe gaat het dan verder?
Dan nemen wij de controles helemaal over van de verloskundige. Na de uitwendige versie volgt een gesprek over de bevalling. Als alles goed blijft gaan, zien we de vrouw voor controle bij 36 weken, 38 weken en 40 weken en daarna wat frequenter.
 
Wat adviseert u bij een stuitligging: keizer snede of vaginale bevalling?
Het eerste gesprek dat we met de aanstaande ouder(s) voeren, is het belangrijkste gesprek. De voor- en nadelen van een vaginale stuitbevalling versus een geplande keizersnede moeten zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen. In 2000 werd er in een groot onderzoek aangetoond dat een geplande keizersnede voor het kind veiliger is dan een vaginale stuitbevalling. Dit onderzoek is in veel verschillende landen uitgevoerd, waardoor er vraagtekens bij de uitkomst werden gezet. Inmiddels is echter uit Nederlandse cijfers ook gebleken dat een geplande keizersnede veiliger is voor het kind dan een vaginale stuitbevalling.

Nadat het keizersnede percentage in 2000 in Nederland was gestegen van 50 naar 80%, bleek de kans op sterfte tijdens de bevalling gedaald te zijn van 0,35% naar 0,18%. Follow-up van de kinderen uit het eerst genoemde onderzoek laat op 2-jarige leeftijd echter geen verschil zien tussen kinderen die per keizersnede waren geboren en die vaginaal werden geboren.

Tegen over de winst voor het kind, als een geplande keizersnede wordt verricht, moeten echter de nadelen voor de moeder worden gezet. Op deze nadelen ga ik later in, maar het komt erop neer dat de belangen van moeder en kind enigszins tegenover elkaar staan.

Een aantal andere factoren dat ook meeweegt in de beslissing is:
- het geschatte geboortegewicht van de baby;
- de mate waarin het kindje al is ingedaald;
- de grootte van het hoofdje;
- de grootte van vorige kinderen;
- Het verloop van vorige bevallingen
 
Indien de baby in voetligging ligt, adviseren we overigens sowieso een keizersnede.
 
Omdat elke zangerschap bij elke vrouw anders is, bekijken we telkens opnieuw wat we het beste kunnen adviseren.  De uiteindelijke beslissing na de voorlichting ligt bij de aanstaande ouders. Die beslissing hoeft echter niet meteen vast te staan; factoren kunnen namelijk veranderen en daarmee houden we natuurlijk rekening. Bijvoorbeeld, als er gekozen is voor een vaginale bevalling, maar de weeën bij 41 weken nog niet zijn begonnen en de stuit niet goed is ingedaald, kan alsnog een geplande keizersnede worden gedaan.

Verder geven we vrouwen die voor de eerste keer gaan bevallen van een kindje in stuit, altijd aan dat de kans dat we alsnog een keizersnede gaan uitvoeren, 50% is.
  
Wat zijn dan de nadelen van een keizersnede?
Een nadeel voor het kind is de relatieve longrijpheid, met daardoor de kans op opname van het kind op de couveuse afdeling en in heel zeldzame gevallen noodzaak tot beademen. Daarom wordt geadviseerd de keizersnede niet voor de 39ste week te plannen.

De nadelen van een keizersnee zijn dus voornamelijk bij de moeder te vinden. Er is een grotere sterftecijfer bij de moeders en er is een grotere kans op infectie en op trombose.
 
Als het gaat om een keizersnede die is uitgevoerd omdat de natuurlijke bevalling niet wilde lukken, is er een nog groter risico. Vaak zijn de vliezen dan al gebroken en is er al ontsluiting, waardoor het risico op infectie groter is. Zeker als de bevalling al in een vergevorderd stadium is, is de kans op bloedingen ook wat meer aanwezig.

Echter, zoals ik al eerder heb gezegd, de grootste nadelen van een keizersnede komen naar voren bij volgende bevallingen. In principe adviseren we na een keizersnede, zeker als deze is verricht vanwege een stuitligging, een vaginale bevalling in een volgende zwangerschap. Het nadeel van herhaalde keizersneden is namelijk dat het technisch lastiger wordt om de keizersnede uit te voeren met een verhoogde kans op het beschadigen van darmen of urinewegen. Een ander groot nadeel en ernstige complicatie is het risico dat de moederkoek (placenta) innestelt ter plaatse van het oude keizersnede-litteken en hier ingroeit.  De moederkoek komt dan na de geboorte van het kind niet los en moet soms met de baarmoeder verwijderd worden, wat ernstige complicaties voor de moeder met zich mee kan brengen.

Het nadeel van een vaginale bevalling na een eerdere keizersnede is het risico op een uterusruptuur (het scheuren van de baarmoederwand ter plaatse van het oude keizersnede litteken). Dit kan ernstige gevolgen hebben voor het kind (zuurstofschuld, sterfte) en de moeder (bloedverlies, noodzaak tot verwijderen baarmoeder) hebben. Dit risico neemt toe als de bevalling wordt ingeleid, vooral met prostaglandinegel. De kans op een geslaagde vaginale bevalling is wel groot, waarschijnlijk zo’n 80%.

Kansen en risico’s
Percentages
Geslaagde vaginale baring na een eerdere keizersnede. 80%
Kans op uterus ruptuur (scheuring van baarmoeder)bij vaginale bevalling na eerdere keizersnede. 1,5%
Sterfte kind als gevolg van uterus ruptuur bij vaginale bevalling na eerdere keizersnede. 1,2 per 1000 vaginale bevallingen
Verwijderen van baarmoeder na uterus ruptuur 0,9 per 1000 vaginale bevallingen
Ingegroeide placenta na een keizersnede 0,2%
Ingegroeide placenta na twee keizersneden 0,3%
Ingegroeide placenta na drie keizersneden 5,1%

Tabel: risico’s en kansen (uit: Anneke Kwee, Sectio Caesarea in Nederland, Beleid, preventie en lange termijn consequenties, Proefschrift.)
 
Na de keizersnede volgt een ziekenhuisopname van vijf dagen. Het kindje ligt dan bij de moeder op de kamer. De moeders mogen de eerste zes weken niet zwaarder tillen dan het gewicht van het kindje
 
Is er een verschil in advies als het om een eerste of om een tweede kindje gaat?
In principe niet. Wel is het zo dat als de eerste bevalling moeizaam is verlopen, het advies eerder zal zijn om een geplande keizersnede te verrichten.
 
Wat zijn de voordelen van een keizersnede?
Voor het kind zijn er vooral voordelen! Het is een hele veilige manier om ter wereld te komen. Voor de moeder daarentegen zijn er nauwelijks voordelen.
 
 Als mensen kiezen voor een vaginale stuitbevalling, dan is deze altijd in het ziekenhuis. Worden er dan meer voorzorgmaatregelen genomen dan bij een normale bevalling?
Bij een vaginale stuitbevalling is altijd een gynaecoloog aanwezig. Het kind wordt met een hartfilmpje in de gaten gehouden. Verder is er in principe niet zoveel verschil tussen een hoofd- of een stuitbevalling. Een kind in stuit daalt net zo in als een kind in hoofdligging. In geval van stuitbevalling zijn we wel wat voorzichtiger met het toedienen van weeënstimulerende middelen tijdens de ontsluitingsperiode, omdat we vinden dat de bevalling vlot moet verlopen.Dit kunnen we aflezen aan de ontsluiting. Voor een eerste bevalling houden we ongeveer 1cm per uur aan. Als het wat langzamer gaat, overwegen we de vliezen te breken. Vaak gaat het dan allemaal wat sneller. Als dat niet het geval is, doen we meestal toch een keizersnede.

De belangrijkste redenen om over te gaan tot bevalling met een keizersnede is dus een trage ontsluiting en/of onvoldoende indalen of een afwijking in het hartfilmpje waardoor je weet dat het kindje het moeilijk heeft.
 
Voorwaarde voor een vaginale stuitbevalling is altijd dat er geen zogenaamde voetligging is. De baby moet of in een onvolkomen stuitligging (beentjes gestrekt omhoog) of in een volkomen stuitligging (kleermakerszit, voeten naast de billen) liggen.
 
Met dit beleid, waarbij dus alleen onder optimale omstandigheden een vaginale bevalling wordt geaccepteerd, ben ik van mening dat er zeker nog ruimte is voor een vaginale stuitbevalling en dat de beslissing die de zwangere en haar partner nemen van vele factoren afhankelijk zijn. Allereerst de huidige omstandigheden in de zwangerschap, maar daarnaast ook de toekomstige kinderwens, waarbij ook de leeftijd van de moeder een rol speelt. Zo is bijvoorbeeld bij een jonge vrouw met een kinderwens van meer dan twee kinderen een vaginale bevalling te prefereren.
 
Merken vrouwen het verschil of ze en kind in stuit aan het baren zijn of een kindje in hoofdligging?
Nee, in principe merken ze daar niets van. Er is geen verschil in de weeën en het moment van persdrang en het gevoel van positie van het kind zijn hetzelfde als bij een vaginale bevalling van een kindje in hoofdligging.
 
Als laatste zou ik toch graag toch nog een pleidooi willen houden voor de uitwendige versie als de baby bij 36 weken nog in stuitligging ligt. Ik kom nog te vaak vrouwen tegen, die dit niet wilden. Uiteraard is daar soms een goede reden voor, maar vaak heeft het met een gevoel van angst te maken. De versie is echter, wat complicaties betreft, veiliger dan de keizersnede of een vaginale stuitbevalling. Dus het is een gemiste kans als er geen poging is gewaagd.
 
Ik dank Anneke Kwee hartelijk voor dit interview. 

  naar boven




Anneke Kwee, gynaecoloog
in het UMC Utrecht

Stuitlig.nl

TERUG NAAR HOMEPAGE