ERVARINGEN VAN GEBRUIKERS:
“Ik zal de mensen die ook een stuitligging hebben deze behandeling zeker aanraden. Nogmaals heel erg bedankt en succes!”
Meer Ervaringen

De wetenschap
 
De optimale uitgangspositie van een baby vlak voor een bevalling is met het hoofdje naar beneden. In slechts 3 tot 4% van de gevallen ligt een baby met de stuit naar beneden. Onderzoek naar de risico’s van een natuurlijke bevalling met een baby in stuitligging, gepubliceerd in de Lancet (een zeer gerespecteerd medisch tijdschrift), heeft aangetoond dat er een groter risico is op complicaties, dan bij een natuurlijke bevalling met een baby in hoofdligging.

Op dit moment is de meest gangbare behandeling voor stuitligging een zogenaamde uitwendige versie. De gynaecoloog probeert dan de baby van buiten af met de hand te draaien. Dit is een relatief belastende behandeling waar de meeste vrouwen tegenop zien.

Om deze reden bestaat er een toenemende belangstelling voor de moxa-therapie. Er zijn veel onderzoeken gedaan naar de effectiviteit van deze niet belastende behandeling. Vier van deze onderzoeken worden hier besproken.

U kunt op de naam van het tijdschrift klikken om de gepubliceerde samenvatting te lezen.
  naar boven

Onderzoek gepubliceerd in de JAMA in 1998. 
Dit onderzoek is kwalitatief het beste van de vier onderzoeken. Mede hierdoor accepteerde het toonaangevende en op westerse, reguliere medische wetenschap gericht tijdschrift JAMA (Journal of American Medical Association) het onderzoek voor plaatsing.

In dit onderzoek werden in totaal 260 vrouwen onderzocht op het effect van de therapie. 130 vrouwen kregen moxatherapie en 130 vrouwen kregen geen moxatherapie. Het resultaat was dat na een behandelperiode van twee weken 98 kinderen (74,8%) in de goede positie gedraaid waren. Van de groep die geen therapie ondergingen waren 62 kinderen (47,7 %) naar de juiste positie gedraaid.

Daarnaast is er in dit onderzoek een toename gemeten in foetale beweeglijkheid. Tijdens de therapie waren de kindjes beweeglijker dan de kindjes uit de groep van wie de moeder geen therapie volgde. De wetenschap veronderstelt dan ook dat één van de factoren die meespelen in het draaien van het kind, de toename in beweeglijkheid is.
  naar boven

Onderzoek gepubliceerd in Matern Fetal Neonatal Med in 2004. 
Dit was een groot onderzoek. Maar liefst 240 vrouwen deden mee aan dit onderzoek. De uitkomsten werden niet vlak na de moxatherapie gemeten, maar vlak voor het ingaan van de baringsperiode. De onderzoeksresultaten waren zeer bemoedigend. Met de moxatherapie waren 53,6% van alle kindjes gedraaid. In de controlegroep 36,7%.
  naar boven

Onderzoek gepubliceerd in 2003 in de fetal Diagnose therapie. 
Dit onderzoek lijkt in opzet op het grote onderzoek uit de JAMA (zie verder oid) Hier werden echter minder vrouwen in gevolgd. De resultaten waren daarentegen vergelijkbaar:. Moxatherapie is in en na de 34ste week in 76,4 % succesvol. De kans dat een baby spontaan draait zonder moxatherapie is 45,4%.
  naar boven

Onderzoek gepubliceerd in The Amarican Journal of Chinese Medicin  in 2001.
In dit onderzoek werden de vrouwen al na de 28ste week behandeld met moxatherapie. Dit resulteerde in een hoger succes percentage. De resultaten in het onderzoek waren als volgt: 73,66% van alle kindjes draaide spontaan zonder therapie. 92,48% van de kindjes draaide nadat de moeder met moxatherapie was behandeld.
  naar boven




DE WETENSCHAP

De wetenschap
Onderzoek gepubliceerd in JAMA in 1998
Onderzoek gepubliceerd in 2003 in Fetal Diagnose therapie
Onderzooek gepubliceerd in The American Journal of Chinese Medecin
Onderzoek gepubliceerd in Matern Fetal Neonatal Med in 2004


Bestellen

Contact | Routebeschrijving

JAN JOOST KOLSTEEG
(Acupuncturist)
Al meer dan 12 jaar ervaring in het behandelen van klachten tijdens de zwangerschap.
Initiatiefnemer van de instructie DVD Moxatherapie bij stuitligging.